-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

BNP

Uit OmoPedia
(Doorverwezen vanaf BNI)
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Alles wat in een fabriek wordt gemaakt, levert bij de verkoop geld op. Dat is niet allemaal winst. Je moet van de verkoopprijs natuurlijk wel de kosten aftrekken, die je maakt om te kunnen produceren. Dit zijn bijvoorbeeld kosten voor de aanschaf van de benodigde materialen en het loon, dat de werknemers krijgen. Er wordt natuurlijk niet alleen geld verdiend met het maken van goederen, maar ook met het geven van medische zorg en het onderwijs, met het werken in het uitgaansleven, het leveren van verzekeringen en noem maar op. Dit zijn diensten. Als je de waarde van de goederen en de diensten, die een land in een jaar levert, bij elkaar optelt, krijg je het Bruto Nationaal Product. Je moet wel erg oppassen bij het vergelijken van BNP’s van landen. Grote landen met veel inwoners zullen bij een gelijk welvaartsniveau een veel hoger BNP hebben dan kleine landen. Die maken minder winst, omdat ze ook minder produceren en minder diensten leveren. Om landen eerlijk te kunnen vergelijken, moet je het BNP delen door het aantal inwoners. Dan krijg je het zogenaamde BNP per hoofd van de bevolking. Je weet dan wat er gemiddeld per persoon wordt verdiend en dit kun je wel naast elkaar leggen.

Definitie

De totale productie van goederen, producten en diensten, per jaar van een land.

Voorbeeld

Stel je hebt twee landen. In land A is het BNP per hoofd van de bevolking 1000 dollar, in land B is dat 2000 dollar. Dan kun je niet gelijk zeggen dat land B twee keer zo welvarend is. Hoeveel groenten worden door de mensen zelf verbouwd en hoeven niet gekocht te worden in land A? Dan heb je minder geld nodig. Wat kost een brood in elk land? Is dit in land A misschien veel goedkoper? Hoeveel geld moeten mensen besteden aan de huur van hun huisje? Dat soort dingen zijn per land verschillend en kunnen er voor zorgen, dat je in sommige landen ook echt meer geld nodig hebt om rond te komen.

Tekstverband

  • Alles wat in het land wordt geproduceerd levert het zogenaamde Bruto Binnenlands Product op (BBP). In een land worden ook producten gemaakt door buitenlandse bedrijven. Hun winst vloeit natuurlijk af naar het buitenland. Wanneer je die winsten aftrekt van het BBP, dan krijg je het Bruto Nationaal Product (BNP). Je kijkt dan alleen naar alles wat door binnenlands bedrijven wordt geproduceerd. In veel ontwikkelingslanden ligt het BNP lager dan het BBP omdat daar naar verhouding veel buitenlandse bedrijven zijn. Vaak worden de begrippen BBP en BNP door elkaar gebruikt.
  • Waarom heet het Bruto Nationaal Product? Dat komt, omdat er geen rekening wordt gehouden met afschrijvingen. Elk bedrijf maakt kosten voor reparatie en vervanging van machines en dergelijke. Om van bruto naar netto te gaan, moet je die afschrijvingen van het BNP afhalen. Dan krijg je het Netto Nationaal Product (NNP)
  • Het Bruto Nationaal Product wordt ook wel Nationaal Inkomen genoemd.

Het BNP per hoofd is een veelgebruikt criterium om het welvaartsniveau te bepalen, maar pas op, het getal zegt niet alles. Daar is een aantal redenen voor:

  • In veel landen zijn gegevens over de economie onvolledig en onbetrouwbaar. Landen doen zich vaak armer voor dan ze zijn.
  • In veel landen zijn bevolkingsgegevens (bijvoorbeeld het aantal inwoners) onbetrouwbaar.
  • Het BNP is een gemiddelde en zegt niets over de verdeling van de welvaart. Met name in ontwikkelingslanden kan een kleine toplaag van de bevolking (de elite) het gemiddelde behoorlijk omhoog trekken, terwijl de meerderheid onder armoedige omstandigheden kan leven. Het inkomen is dan heel oneerlijk verdeeld.
  • Het BNP houdt geen rekening met zwartwerkers.
  • Het BNP houdt geen rekening met zelfvoorziening.
  • Het BNP houdt geen rekening met koopkrachtverschillen. (Hoeveel kun je in jouw land voor jouw geld kopen?)

Hoe meer criteria worden gebruikt, die iets zeggen over het niveau van ontwikkeling, des te beter de vergelijking is. Je kunt dus ook kijken naar bijvoorbeeld het geboortecijfer, het percentage analfabeten, het percentage arbeiders in de primaire sector (landbouw) en dergelijke. De IMO (index menselijke ontwikkeling) houdt bijvoorbeeld rekening met het gemiddeld inkomen, de levensverwachting en het percentage alfabeten.