-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

BTW

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

De overheid heeft veel geld nodig. Voor het aanleggen en onderhouden van infrastructuur, voor het uitbetalen van uitkeringen aan mensen zonder inkomsten, voor het bekostigen van het onderwijs en het leger en wat al niet. Dat geld krijgt de overheid door belasting te heffen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij je inkomsten uit arbeid. Een deel van je salaris sta je af aan de overheid. Een andere inkomstenbron is de belasting op de toegevoegde waarde, ofwel de BTW. Deze wordt ook wel omzetbelasting genoemd. Bij vrijwel alle luxe producten die je koopt of diensten die je gebruikt, betaal je 19% BTW. De meeste levensmiddelen vallen onder het lage BTW-tarief van 6%. De BTW draag je niet zelf af aan de overheid, maar dat doet degene bij wie je het product of dienst koopt. De meeste consumenten merken eigenlijk weinig van de BTW omdat die belasting verstopt zit in de prijs die je betaalt.

Omschrijving

Belasting die wordt geheven op de toegevoegde waarde van een product of dienst.

Voorbeeld

  • Stel dat een winkel een TV verkoopt en wil daar 1000 euro voor hebben. Dan vragen ze aan de klant 1000 euro + 19% daarvan = 1190 euro. De omzetbelasting bedraagt dus 190 euro. Die door de klant betaalde BTW draagt de winkel echter niet helemaal af aan de overheid. Waarom niet?
  • Die TV heeft de winkel natuurlijk eerst zelf moeten inkopen bij bijvoorbeeld Philips. Stel dat de inkoopprijs 714 euro was, inclusief 19% BTW. Philips heeft dan 114 euro omzetbelasting moeten betalen aan de staat en hield dus zelf netto 600 euro over. Die door de winkel betaalde 114 euro is door Philips afgedragen aan de belasting.
  • De winkel mag de zelf aan Philips betaalde BTW aftrekken van wat ze zelf aan BTW van de klant hebben ontvangen. De winkel draagt dus over de toegevoegde waarde nog 190 euro - 114 euro = 76 euro af aan de staat.

Toelichting

  • De leverancier van het product of dienst is dus verantwoordelijk voor het afdragen van de BTW, maar de kosten komen voor rekening van de koper.
  • De consument betaalt dus de BTW, deze zit in de winkelprijs opgenomen. De ondernemer kan bij inkoop betaalde btw terugvorderen bij de belastingdienst. De ondernemer moet de bij verkoop ontvangen BTW afdragen aan belastingdienst.
  • Er zijn in ons land drie BTW-tarieven, 0%, 6% en 19%. In het algemeen kun je zeggen dat hoe hoger het tarief, hoe minder noodzakelijk dat product of dienst is.
  • De meeste levensmiddelen zitten in het lage tarief van 6%, net zoals boeken trouwens. Alcohol is een voorbeeld van een product waarop 19% BTW betaald moet worden. Voor een brood van één euro betaal je 1,06 euro, voor een fles wijn van 5 euro betaal je 5,95. Bij de kapper betaal je 6%, ga je naar de sauna, dan betaal je 19%.
  • Daarentegen zijn recepten die door de dokter zijn voorgeschreven, BTW vrij, net zoals de kosten voor onderwijs, kinderopvang en allerlei financiële diensten.
  • De overheid heeft een precieze lijst opgesteld waarop alle winkeliers en aanbieders van diensten kunnen zien welk BTW-percentage ze moeten doorberekenen aan de klant.
  • Jammer genoeg is er binnen de Europese Unie nog geen goede afspraak gemaakt over gezamenlijke BTW-tarieven. Daardoor kunnen bepaalde producten in het buitenland goedkoper zijn dan hier. Die dingen mag je niet zo maar vrij invoeren in ons land. Aan de grens moet je daarvoor extra betalen.