-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Bilaterale hulp

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Nederland heeft alles bij elkaar 36 partners. Partnerlanden zijn landen waar ons land een speciale band mee heeft. Die landen proberen we zoveel mogelijk te steunen. Het grootste deel van de bilaterale hulp gaat daar naar toe. Bilateraal betekent letterlijk “van twee kanten”. Bij bilaterale hulp gaat het dus om hulp, die een land rechtstreeks geeft aan een ander land. Daarbij komt dat geld eerst in handen van de overheid van het partnerland. Deze besteedt het vervolgens weer aan de ontwikkeling van bijvoorbeeld het onderwijs.

Definitie

Vorm van (structurele) ontwikkelingshulp, die rechtstreeks gegeven wordt aan een ander land, zonder inmenging van internationale organisaties.

Voorbeelden

Op dit moment heeft Nederland 36 landen, waaraan we een bilaterale vorm van ontwikkelingshulp geven. Dit zijn: Afghanistan, Albanië, Armenië, Bangladesh, Benin, Bolivia, Bosnië-Herzegovina, Burkina Faso, Burundi, Colombia, Democratische Republiek Congo, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Georgië, Ghana, Guatemala, Indonesië, Jemen, Kaapverdië, Kenia, Kosovo, Macedonië, Mali, Moldavië, Mongolië, Mozambique, Nicaragua, Pakistan, Palestijnse gebieden, Ruanda, Senegal, Sri Lanka, Soedan, Suriname, Tanzania, Oeganda, Vietnam, Zambia en Zuid-Afrika.

Tekstverband

  • Bilaterale hulp wordt ook wel partnerhulp genoemd.
  • Bilaterale hulp is de tegenhanger van multilaterale hulp, waarbij een land hulp geeft via een internationale organisatie. Geld gaat dan bijvoorbeeld eerst naar de Wereldbank, de voedselorganisatie van de VN (FAO) of het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Deze organisaties verdelen het vervolgens verder over verschillende arme landen.
  • Elk partnerland heeft zijn eigen problemen en aanpak. Bilaterale hulp is vaak directer; je ziet als land waar de hulp naar toe gaat. Een rijk land kan zich goed inleven in de problemen van het arme land en specialistische hulp geven.
  • Multilaterale hulp komt meer voor bij problemen, die een bredere aanpak nodig hebben. Nederland steunt dan betrokken organisaties als Unicef en de Unesco.
  • Nadeel van bilaterale hulp is wel dat daardoor het afhankelijkheidsgevoel van het partnerland erg groot kan worden. Bovendien kan het aan de overheid gegeven geld aan verkeerde dingen worden besteed. De president bouwt bijvoorbeeld een vakantiehuisje van het geld in plaats van een ziekenhuis. Je moet dus erg oppassen voor corruptie.