-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Hypocentrum

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: The system cannot find the path specified. Error code: 1
Het epicentrum van de beving ligt precies boven het hypocentrum.

Aardbevingen doen zich niet precies aan de oppervlakte voor. Dat gebeurt altijd op enige diepte en altijd op plaatsen waar een breuk tussen verschillende gesteentelagen zit. De plaats in de aardkorst waar de beving ontstaat noemt men het hypocentrum.

Die gesteenten willen zich ten opzichte van elkaar bewegen, maar de wrijving houdt ze tegen. Als de spanning maar hoog genoeg oploopt, volgt een plotselinge ontlading van die spanning, waarbij heel veel energie vrijkomt.

Hoe groter de opgebouwde spanning, hoe krachtiger uiteindelijk de aardbeving zal zijn.

Wanneer platen uit elkaar bewegen of langs elkaar, dan zal de beving op hooguit enkele of enkele tientallen kilometers onder de oppervlakte ontstaan. Men spreekt dan van ondiepe of middeldiepe aardbevingen.

Bij subductiezones ontstaan de trillingen langs het schuifvlak waarbij de ene plaat onder de andere wegduikt in de mantel. Daar kunnen ook diepe bevingen ontstaan, tot enkele honderden kilometers diepte.

Definitie

Plaats in de aardkorst waar een aardbeving ontstaat.

Voorbeelden

  • Bij IJsland beweegt de Amerikaanse Plaat en de Euraziatische Plaat uit elkaar. Het hypocentrum van de bevingen ligt altijd ondiep (dus hooguit op enkele kilometers)
  • Bij de San Andreasbreuk in Californië beweegt de Pacifische Plaat langs de Amerikaanse. Op het schuifvlak ontstaan ondiepe en middeldiepe bevingen.
  • Bij de westkust van Zuid-Amerika duikt de Nazcaplaat onder de Zuidamerikaanse Plaat. Op het schuifvlak van de subductiezone ontstaan ondiepe, middeldiepe en ook diepe aardbevingen. Op een diepte van meer dan 700 km kunnen geen bevingen meer ontstaan omdat daar de wegduikende aardkorst geheel is gesmolten in de mantel.

Toelichting

  • Hypo is een Grieks woord dat onder betekent. Het hypocentrum is dus de plaats onder de aardkorst waar een aardbeving ontstaat.
  • De tegenhanger van het hypocentrum is het epicentrum.
  • Diepe aardbevingen geven de minste problemen omdat de bovenliggende korst de schokken voor een groot gedeelte opvangt. De grootste problemen ontstaan bij ondiepe en middeldiepe bevingen.