-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Internationale arbeidsdeling

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Vroeger stonden er in Tilburg tientallen textielfabrieken. Textielfabrieken hadden goed grondwater nodig, maar ook goedkope arbeidskrachten. Voor beide kon Tilburg zorgen. Veel boeren verdienden met het gezin een extra zakcentje door in het huis een weefgetouw te zetten. Die kennis van de huisnijverheid konden de textielfabrieken natuurlijk goed gebruiken. In ons land waren nog geen CAO’s afgesloten. In Tilburg lagen de lonen laag.

Van die textielindustrie is nagenoeg niets meer over. De textielbedrijven die er nog zijn, proberen het hoofd boven water te houden door exclusieve dingen te produceren zoals Haute Couture. De simpele confectie is verplaatst naar lagelonenlanden. Daarbij speelt Azië een belangrijke rol.

Definitie

De productieafdelingen van grote bedrijven zijn verplaatst naar lagelonenlanden, terwijl de onderzoeks- en ontwikkelingsafdelingen in de centrumlanden blijven.

Voorbeelden

  • Japanse computerbedrijven hebben hun hoofdkantoor in Japan. Daar bevinden zich ook de Research- and Developmentafdelingen (R&D). De productieafdelingen waar de computers in elkaar worden gezet, bevinden zich in landen als Indonesië, Maleisië en Thailand.
  • Tegenwoordig wordt veel goedkope kleding in China gemaakt. De productiekosten voor een spijkerbroek zijn daar veel lager dan hier. De spijkerbroeken worden zonder knopen of ritsen in containers gestouwd en hier verder bewerkt. Het transport per container is in verhouding zo goedkoop dat het vervoeren van de spijkerbroeken over grote afstanden gemakkelijk kan.

Toelichting

  • Door de schaalvergroting in het transport, kost het transporteren in verhouding tot de totale productiekosten steeds minder. Daarom is het mogelijk de dingen daar te maken waar de kosten het laagst liggen. Arbeidsintensieve productieafdelingen zullen zich verplaatsen naar de Derde Wereld.
  • Bij die derdewereldlanden moet je vooral denken aan Newly industrialising Countries als Maleisië, Indonesië en Thailand. Tegenwoordig is natuurlijk ook China erg belangrijk. Daar is een gigantisch aanbod aan arbeidskrachten. Die kunnen door onderlinge concurrentie geen hoge looneisen stellen.