-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Klimaatclassificatie

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Klimaten kun je indelen op basis van temperatuur en neerslag. Je hebt warme en koude klimaten, droge en natte. Maar wat is precies warm en wat koud? Wanneer is een klimaat precies droog of nat? Om dat soort vragen te beantwoorden, moet je de klimaten indelen.

De bekendste methode om klimaten in te delen, is gemaakt door de Duitse bioloog Vladimir Köppen. Hij onderscheidde 5 hoofdklimaattypen, die werden aangeduid met de hoofdletters A t/m E. Eén daarvan is een droog klimaat (B), de overige zijn vochtig (er valt voldoende neerslag).

Definitie

Het indelen van klimaten op basis van de klimaatkenmerken.

Voorbeelden

In de classificatie van Köppen staan de letters A t/m E voor:

  • A Tropische klimaten - hele jaar door temperatuur gemiddeld hoger dan 18 graden C.
  • B Droge klimaten - neerslag minder dan 500 mm per jaar.
  • C Gematigde zeeklimaten - Zomers niet heet, winter tussen de -3 en 18 graden C
  • D Gematigde landklimaten - Zomers zijn heet, winters kouder dan -3 graden C
  • E Polaire klimaten - Hele jaar door temperatuur gemiddeld lager dan 10 graden C

Toelichting

  • Om het hoofdklimaat te bepalen volg je onderstaand stappenplan:
    • Is het het hele jaar door gemiddeld kouder dan 10 graden? Zo ja, dan is het een E-klimaat.
    • Valt er minder dan 500 millimeter neerslag per jaar? Zo ja, dan is het een B-klimaat.
    • Is het het hele jaar door gemiddeld warmer dan 18 graden Celsius? Zo ja, dan is het een A-klimaat.
    • Is het in de koudste maand kouder dan -3 graden Celsius? Zo ja, dan is het een D-klimaat.
    • Indien de vorige vier vragen allemaal met nee beantwoord werden, dan is het een C-klimaat. Bekijk de vorige vragen nog eens: waar hoort Nederland bij?.....Inderdaad, Nederland heeft een C-klimaat; nooit extreem warm en nooit extreem koud. We hebben geen droog klimaat.
  • De begrenzingen van de klimaten worden grotendeels bepaald door de begroeiing.
    • Kenmerkend voor tropen zijn de palmbomen. Deze kunnen alleen groeien indien het hele jaar door de temperatuur de 18 graden overschrijdt.
    • Kenmerkend voor polaire streken is dat ze boomloos zijn. Met name naaldbomen kunnen best tegen winterkoude, maar in de zomer moet er een bepaalde minimumtemperatuur worden gehaald. Dit is 10 graden. Wordt die temperatuur niet gehaald, dan groeien er alleen grassen en struikjes (toendra).
    • Kenmerkend voor gematigde zones is dat er wel bomen voorkomen, maar geen palmbomen. De karakteristieke begroeiing in landklimaten zijn naaldbomen terwijl loofbomen kenmerkend zijn voor zeeklimaten.