-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Luchtdruk

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: The system cannot find the path specified. Error code: 1
Een barometer. Deze meet de luchtdruk. In het instrument zit een luchtledig doosje dat steeds meer wordt ingedrukt naarmate de luchtdruk hoger is. Dit indrukken wordt omgezet in een bewegende wijzer. Op de barometer staat nog de oude schaal in centimeters kwikdruk.

Alle luchtdeeltjes die boven de aarde zitten hebben dankzij de daarop werkende zwaartekracht een gewicht. Hoe meer luchtdeeltjes boven je zitten, hoe groter dit gewicht is en hoe groter de druk is die de luchtdeeltjes kunnen uitoefenen. Men spreekt van luchtdruk.

Op zeeniveau drukt zo gemiddeld op elke vierkante centimeter een gewicht van ongeveer 1 kilo op de aarde. Als je op een hoogte zit van 5 kilometer (zeg maar op de top van de Mont Blanc in Frankrijk), dan is al de helft van de luchtdruk weg en op 10 kilometer al meer dan 75%. Daarom moeten bergbeklimmers hoog in de bergen ook altijd extra lucht meenemen.

Luchtdruk wordt uitgedrukt in millibars of hectoPascals. De gemiddelde luchtdruk is 1013 millibar ofwel 1013 hectoPascal. Vroeger sprak men over kwikdruk. De oudste barometers (apparaat waarmee je luchtdruk kunt meten) bestonden uit een u-vormige buis, die aan één kant open en de andere kant dicht was. De dichte kant was luchtledig. In de open kant kan lucht het kwik gemiddeld 76 cm naar beneden drukken.

Niet elke plaats heeft precies die gemiddelde hoeveelheid lucht boven zich. Dat verandert ook in de tijd. Als zich ergens meer luchtdeeltjes bevinden dan het gemiddelde, dan spreekt men van een hogedrukgebied. Als er minder dan het gemiddelde zijn, dan spreekt men van een lagedrukgebied.

Definitie

Druk die in de atmosfeer bestaat ten gevolge van het eigen gewicht van alle luchtdeeltjes.

Voorbeelden

Met een leuk, simpel proefje kun je luchtdruk aantonen. Maak twee even hoge stapeltjes boeken en leg daar bovenop een papier. Als je de boeken niet te ver van elkaar af zet, zal het papier niet doorbuigen. Dat zal wel gebeuren als je onder het papier de lucht wegblaast. Je maakt dan een soort lagedrukgebiedje onder het papier, waardoor het papier naar beneden zal buigen.

Toelichting

  • Luchtdruk werkt dus niet alleen naar beneden, maar alle richtingen uit. Dat komt omdat de luchtdeeltjes alle kanten op bewegen en op elkaar botsen.
  • Als zich ergens te veel lucht bevindt en op een andere plaats te weinig, dan zal tussen die twee gebieden lucht gaan stromen. Dat noemt men de wind. Hoe groter het luchtdrukverschil, hoe harder de wind zal waaien.
  • Tijdens het zich verplaatsen van het hogedrukgebied naar het lagedrukgebied, zal de aarde onder die lucht doordraaien. Daardoor stroomt de lucht niet rechtstreeks naar dat lagedrukgebied, maar krijgt een afwijking.
  • Op het noordelijk halfrond is die afwijking altijd naar rechts, gezien met de wind in de rug. Op het zuidelijk halfrond krijgt de wind juist een afwijking naar links.
  • Door de afwijking die de wind krijgt, kost het dus heel veel moeite dat lagedrukgebied te bereiken. Op het noordelijk halfrond stroomt zo de lucht tegen de wijzers van klok in om het lagedrukgebied heen.
  • In hogedrukgebieden daalt de lucht en wordt die steeds warmer. Aan het aardoppervlak stroomt de lucht zijdelings weg. In lagedrukgebieden stijgt de lucht en komt de lucht dus zijdelings aanstromen. Door de stijging koelt de lucht af.
  • Meestal worden lagedrukgebieden in verband gebracht met slecht, regenrijk weer en hogedrukgebieden in verband gebracht met mooi, zonnig weer. Dat is niet helemaal terecht, maar de kans op regen is in lagedrukgebieden wel veel groter.