-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Middeleeuwen

Uit OmoPedia

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Beschrijving

Met de val van het West-Romeinse Rijk kwam in 476 na Christus in West-Europa een eind aan een periode van relatieve rust en zekerheid. Het Romeinse Rijk was te groot geworden en kon niet meer centraal bestuurd worden. Voor de mensen in West- en Zuid-Europa braken onzekere tijden aan. Barbaarse stammen als de Germanen vielen het gebied binnen en er ontstond een lappendeken van allerlei kleine rijkjes. Het onderwijs had ernstig te lijden onder die verandering. Het leek wel of alles wat de Romeinen aan cultuur en kennis hadden opgebouwd weer verloren ging. Het was het begin van een 1000 jaar durende periode die we kennen als de middeleeuwen.

Definitie

Periode van ca 500 tot 1500 na Christus

default

Voorbeelden

Dat was echt een periode van onzekerheid. Men spreekt in het Engels wel van de “Dark Ages”. Centraal gezag heeft plaatsgemaakt voor kleine rijkjes. Veel cultuur en kennis gaat verloren. De meeste mensen wonen op het platteland en zijn boer. De Rooms-Katholieke kerk blijkt in die onzekerheid een belangrijk bindend element.

Ondanks invallen van de Islamieten in Spanje gaat het wat beter met Europa. Er ontstaan weer grote rijken (zoals dat van Karel de Grote) en het Christendom speelt een steeds grote rol, ook in het onderwijs. Sommigen vinden spiritualiteit in het klooster en worden monnik. Steden bloeien op en er ontstaat handel. De bevolking groeit steeds harder en zorgt voor welvaart. Het is de tijd van ridders en kastelen en van een typische standenmaatschappij. Adel en geestelijkheid had rechten verworven, die het gewone volk niet had. Vaak was er sprake van een soort slavernij, het lijfeigenschap. Men spreekt van een feodale samenleving. Er was weinig invloed van de wetenschap. Mensen leven in een wereld van tovenaars, geesten en magische krachten. Dat was niet alleen volksgeloof, maar ook overheidsbeleid. Een voorbeeld daarvan zijn de heksenjachten.

Handel met andere landen wordt steeds belangrijker, ook met Azië (denk aan de zijderoute). Steden groeien verder uit en de moderne staten worden geboren. Staten voeren wel onderling steeds meer oorlog en door de uitvinding van het geweer verandert de oorlogsvoering. Men vindt in Italië geschriften uit de Oudheid en gaat nadenken over de mens en de rol van die mens in de wereld. Zowel het mensbeeld als het wereldbeeld verandert. Wetenschap gaat een steeds grotere rol spelen. Er vinden ontdekkingsreizen plaats.

Tekstverband

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen