-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Planeconomie

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: The system cannot find the path specified. Error code: 1
Er was maar één type, maar die kon je ook als combi bestellen. Die was echter nog duurder, en voor de meesten niet te betalen

Voor de val van de Berlijnse muur verbaasden toeristen zich vaak over het wagenpark van de inwoners van de DDR (Duitse Democratische Republiek). In dat communistische land werden buitenlandse automerken niet toegelaten. De regering vond dat ze de auto’s best zelf kon maken. In Zwickau stond de trots van het land, de fabriek van Trabant. Daar rolden elke dag honderden gloednieuwe Trabantjes van de lopende band om afgeleverd te worden aan hun nieuwe eigenaar die daar gemiddeld tien jaar op had moeten wachten. Er was maar één type Trabant. De meesten bestelden hem met een kofferbak. Er zat een klein tweetakt-motortje in, dat de auto een topsnelheid bezorgde van maar liefst 110 km per uur. Je kon ze bestellen in standaardkleuren als rood, geel, groen, blauw, oranje of wit. Vol trots parkeerden de eigenaars hun auto’s voor het Palast der Republik in het centrum van Oost-Berlijn. Daar stonden al die Trabi’s rij aan rij. Leuk, maar wel goed onthouden waar je je auto had geparkeerd anders was je een uur aan het zoeken om hem terug te vinden! In het begin waren de Trabi's nog tamelijk moderne auto's met een betrouwbaar karakter. Terwijl in de westerse landen de automobielen steeds moderner werden, vond de Oostduitse regering het niet nodig de Trabanten te vernieuwen. Al die jaren bleef de auto dus hetzelfde. Na instorting van de DDR in 1990 was het dan ook snel met Trabant gedaan. Niemand wilde nog in zo'n auto rijden.

De Trabi’s vormen een goed voorbeeld van het aanbod aan consumptiegoederen in een planeconomie.

Definitie

Politiek-economisch systeem waarin de staat bepaalt wat er wordt geproduceerd en in welke hoeveelheden. Er zijn geen privé-productiemiddelen. Alles wordt geproduceerd in staatsbedrijven.

Voorbeelden

Op dit moment kom je nog planeconomieën tegen in Noord-Korea, Vietnam en Cuba. China en Rusland hadden planeconomieën maar zijn die aan het hervormen. Die landen krijgen meer kapitalistische trekjes.

Toelichting

  • Planeconomieën worden ook wel geleide economieën genoemd. De staat leidt hier het economisch proces.
  • Iedereen werkt voor de staat. Dat geldt voor ambtenaren, docenten, ziekenverzorgers, arbeiders in de fabrieken en landarbeiders. Ook de directeurs van fabrieken zijn in feite ambtenaren.
  • Niet het maken van winst staat voorop, maar het zorgen voor de staat. Zorgen dat er voldoende wordt geproduceerd. Zorgen dat mensen werk hebben.
  • De staat bepaalt wat er wordt geproduceerd. basisbehoeften als brood en melk zijn volop en ook goedkoop aanwezig, luxe dingen zijn nagenoeg afwezig.
  • Voor een bedrijf is het niet interessant te letten op de kwaliteit. Omdat mensen geen keuze hebben, worden de dingen toch wel verkocht. Daarom is de kwaliteit van de geproduceerde goederen niet geweldig.
  • Bedrijven hoeven ook niet, net zoals bij ons, te investeren in modernisering. Hier moet je als winkel bijvoorbeeld meegaan met de tijd, anders komt er niemand meer binnen. Dat geldt bij planeconomiën niet.
  • Meestal kregen de staatsbedrijven elk jaar opdracht om een bepaald aantal goederen te maken. Daar gingen de bedrijven ook nooit overheen. Het zou namelijk kunnen dat de overheid het jaar daarop besloot de hoeveelheid te produceren goederen toe te laten nemen. Je schoot er als werknemer ook niets mee op om meer te produceren. Je verdiende er niet meer door.
  • Mensen waren niet gewend verantwoordelijkheid te nemen voor onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, pensioen enzovoorts. Alles werd geregeld en was (nagenoeg) gratis. Na de val van de muur moesten Oost-Duitsers in één keer omschakelen en hun mentaliteit veranderen. Dat ging niet zonder slag of stoot en heeft velen in enorme problemen gebracht.