-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Renaissance

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Veel wetenschappers, filosofen en kunstenaars zagen de Middeleeuwen als een duistere periode, die overheerst werd door de overheersende macht van de kerk die elke vernieuwing tegenhield. In de Renaissance herleven de menselijke waarden zoals die in de klassieke oudheid gebruikt worden (wedergeboorte). De mens was daarbij de maat van alle dingen.

Definitie

De Renaissance (letterlijk wedergeboorte) is de naam voor een historische periode in de geschiedenis na de Middeleeuwen. In deze periode worden zaken teruggepakt uit de Klassieke Oudheid.

Voorbeelden

Men geloofde toen dat de schoonheid in de kunst kwam door het gebruik van vaste regels. Daardoor zie je dat er zaken terug verschijnen uit de Klassieke Oudheid, denk aan de verschillende zuilen (Ionisch, Dorisch). Een periode waarin er al veel regels waren.

Tekstverband

  • De traditie om de geschiedenis van Europa in drie perioden onder te verdelen, oudheid, Middeleeuwen en nieuwe tijd, is tijdens de Renaissance ontstaan.
  • In de Middeleeuwen wilde de mens leven volgens het geloof. Men dacht dat een mens zondig werd geboren en zijn hele leven moest proberen zo te leven dat men in de hemel kwam.
  • In de Renaissance was de mens niet bij voorbaat zondig en mocht men naast het gelovige leven ook al wat genieten. Het werk van kunstenaars en schrijvers moest naast Gods goedkeuring ook begrijpelijk en aangenaam voor de mens zijn. In de Renaissance ontwikkelde de wetenschap zich snel. Men ontdekte veel op het gebied van natuurkunde, scheikunde, astronomie (kunde over de sterren), geneeskunde en de boekddrukkunst. Hierdoor veranderde ook de manier van denken van de mensen. Wat de kerk vertelde werd nu in twijfel getrokken. Pas als men het zelf zag (wetenschap), namen mensen het aan. Daarnaast spelen het humanisme en de ontdekkingsreizen ook een grote rol.
  • Met name de denkwijze van de elite was aan het veranderen. Zij waren vooral bezig met de vraag wat het moraal is en de plaats van het individu (elk persoon op zich) tegenover de samenleving. De veranderingen in het denken kon je vooral merken bij de begrippen stijl, fatsoen, opvoeding en onderwijs.