-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Schaal van Richter

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: The system cannot find the path specified. Error code: 1
Charles Richter.

Eén van de bekendste seismologen van de wereld, was Charles Richter. Hij bedacht in 1935 een schaal waarmee de sterkte van een aardbeving kon worden aangegeven. Het was een zogenaamde logaritmische schaal die loopt van 1 tot 10. Elke stap omhoog betekent in die schaal dat de kracht 10 keer zwaarder wordt. De kracht van de meting bepaalde hij met een seismograaf. Het cijfer op de schaal noemt men de magnitude van de beving.

Schaal 3 op de Richterschaal was een aardbeving die op een afstand van 100 km van het epicentrum een uitslag op het seismogram teweeg brengt van 1 mm. Schaal 4 een aardbeving die op 100 km van het epicentrum een uitslag teweeg brengt van 10 mm enzovoort.

Een beving met magnitude 6 is dus bijvoorbeeld 1000 (10 x 10 x 10) keer zo sterk als een beving met kracht 3.

Definitie

Schaal, gemaakt door de Amerikaanse seismoloog Charles Richter, waarmee de kracht van een aardbeving kan worden weergegeven.

Voorbeelden

  • Bevingen met een kracht van minder dan 2 zijn door mensen niet te voelen en ook bijna niet te registeren. Ze komen op aarde 10.000 keer per dag voor.
  • Bevingen met een kracht van 2 tot 3 (zeer licht) komen 1000 keer per dag voor. Ze zijn nauwelijks door mensen te voelen.
  • Bevingen met een kracht van 3 tot 4 (licht) zijn vlak bij het epicentrum te voelen alsof er een vrachtauto voorbijraast. Ze richten normaal gesproken geen schade aan. Zo’n 50.000 keer per jaar komt dit voor.
  • Bevingen met een kracht van 4 tot 5 (gemiddeld) komen zo’n 6000 keer per jaar voor. Ramen beginnen te trillen, schoorstenen kunnen omvallen.
  • Bevingen met een kracht van 5 tot 6 (vrij krachtig) richten vaak schade aan. Veel dingen vallen om, er ontstaan scheuren in het wegdek. Ze komen gemiddeld zo’n 800 keer per jaar voor.
  • Bevingen met een kracht van 6 tot 7 (krachtig). Dit veroorzaakt paniek onder de bevolking die massaal hun huizen uitrennen. Grote schade mogelijk binnen een straal van zo’n 150 km van het epicentrum. Gemiddeld zo’n 120 keer per jaar.
  • Bevingen met een kracht van 7 tot 8 (zwaar). Grote vernieling van bouwwerken. Vele doden en gewonden. Gemiddeld zo’n 20 keer per jaar
  • Bevingen met een kracht van 8 tot 9 (zeer zwaar). Zo ongeveer alles stort in. Gigantische vernieling. Vele doden. Dit gebeurt gemiddeld eens per jaar.
  • Bevingen met een kracht van 9 tot 10 (catastrofaal). Alles verwoestend tot honderden kilometers van het epicentrum. Beving kan enorme tsunami veroorzaken. Gemiddeld eens in de 20 tot 30 jaar.

Toelichting

  • Niet elk meetstation zal bij een aardbeving dezelfde uitslag te zien geven. Een meetstation op 10 km van een beving heeft natuurlijk een veel grotere uitslag dan een station op 500 km. Toch kun je op elk station waar de beving voelbaar was, de Schaal van Richter bepalen. Dat doe je met een papiertje waarop drie lijntjes staan. Links een lijntje waarop je de afstand tot de beving aangeeft, rechts een lijntje waarop je de uitslag op het seismogram aangeeft. Daartussen een lijn met de schaal van Richter. Als je een lijn trekt tussen de afstand en de uitslag, dan snijdt die lijn ergens de middelste. Daarop is de schaal van Richter af te lezen.
  • Hoe je kunt bepalen op welke afstand de beving plaatsvond, kun je lezen op de wikipagina seismogram.
  • Tekstverband:aardbeving, schaal van Mercalli, hypocentrum, epicentrum, seismoloog, seismogram, seismograaf.