-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Stuwwal

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Op het hoogtepunt van de voorlaatste ijstijd, zo’n 140.000 jaar geleden, was het in ons land gemiddeld zo’n 18 graden kouder dan nu. In de zomer kwam de gemiddelde temperatuur maar net boven het vriespunt uit. Door die intense kou waren op aarde een flink aantal landijskappen ontstaan, zo ook in Scandinavië. Het hele Scandinavisch Hoogland was bedekt met een kilometers dikke ijslaag.

Onder invloed van zijn eigen gewicht was dat ijs heel langzaam in beweging. Met een snelheid van ongeveer een kilometer per jaar schoof het richting ons land. Dat ijs wist de noordelijke helft van het land te bereiken. Daar was het niet meer zo dik als in Scandinavië maar nog altijd enkele honderden meters.

Op de rand van de ijsmassa kon dat ijs nog wat harder gaan schuiven door de grote hoeveelheid smeltwater onder het ijs. Dat ijs stroomde in de bestaande dalen en holde die dalen verder uit. Als een bulldozer duwden die gletsjers in die dalen de bestaande afzettingen zijdelings weg en voor zich uit. Aan de rand van die dalen vormden zich heuvels, de zogenaamde stuwwallen.

Definitie

Aarden wallen die door gletsjers zijn opgeduwd.

Voorbeelden

  • De Utrechtse Heuvelrug in Utrecht
  • De Veluwe in Gelderland
  • Het Montferland in Gelderland
  • De Holterberg in Overijssel

Toelichting

  • De stuwwallen in Nederland liggen in de buurt van de HUN-lijn, die globaal loopt van Haarlem via Utrecht naar Nijmegen. De HUN-lijn vormde de voorste begrenzing van het landijs in Nederland. Ten zuiden daarvan heeft nooit ijs gelegen.
  • Stuwwallen worden gevormd door bewegende ijsmassa’s die heel veel kracht hebben. De snelheid van die beweging is niet groot, maar de massa van het ijs natuurlijk wel.
  • Als het op het einde van een ijstijd weer warmer wordt, smelten de gletsjers langzaam af. Die zich terug trekkende ijsmassa’s hebben geen enkele kracht, waardoor de stuwwallen in het landschap blijven liggen.
  • Het smeltwater van de gletsjers die de stuwwallen hebben gevormd, boorde zich op bepaalde plaatsen door die stuwwallen heen waardoor de stuwwallen een beetje verbrokkeld zijn. Er liggen laagtes in. Toen het smeltwater die dalen erodeerde, was het zand bevroren. Nu zakt het water makkelijk in het zand weg en staan die dalen dus droog. Daarom spreekt men van droge dalen.