-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Subductie

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: The system cannot find the path specified. Error code: 1
In het noordwesten van de VS duikt de Juan de Fuca Plaat onder de Noordamerikaanse plaat. Het schuifvlak gaat onder een hoek van zo'n 45 graden onder de Amerikaanse plaat. Langs het schuifvlak ontstaan aardbevingen. Het opgesmolten korstmateriaal zorgt voor vulkanisme, onder andere de Mount St. Helens en Mount Hood in de staat Washington

Door bewegingen van het vloeibaar gesteente in het bovenste gedeelte van de aardmantel, bewegen ook de bovenliggende delen van de lithosfeer. Die drijven immers op die mantel. De schollen kunnen uit elkaar, langs elkaar of juist naar elkaar toe bewegen.

Bij naar elkaar toe gaande schollen, zullen in de botsingszone grote endogene krachten werken die zorgen voor gebergtevorming, vulkanisme en aardbevingen. Wanneer een oceanische schol tegen een andere oceanische schol botst, zal één van beiden onder een hoek van ongeveer 45 graden onder de andere duiken en langzaam opsmelten in de mantel. Datzelfde gebeurt als een oceanische schol tegen een continentale schol botst. Dat onderduiken noemt men met een duur woord subductie.

Wanneer een oceanische korst botst op een continentale korst, zal altijd de oceanische korst onderduiken. Dat komt omdat de continentale korst uit lichter gesteente bestaat en dus een groter drijfvermogen heeft.

Definitie

Het onderduiken van een oceanische plaat onder een andere oceanische plaat of onder een continentale plaat.

Voorbeelden

  • Bij de oostkust van Japan duikt de Pacifische Plaat onder de Euraziatische Plaat.
  • Bij de westkust van Zuid-Amerika duikt de Nazcaplaat onder de Zuid-Amerikaanse Plaat.

Toelichting

  • Subductiezones worden gekenmerkt door de plaatsen op de aarde met de diepste aardbevingen. Tot een diepte van 700 km kunnen er aardbevingen voorkomen. De aardbevingen treden op langs het schuifvlak waarbij de ene plaat onder de andere duikt. Hoe verder van de trog af, hoe dieper de plaats van het hypocentrum (plaats waar de beving ontstaat). Op een diepte van meer dan 700 km is de korst helemaal gesmolten en treden er geen spanningen meer op tussen de langs elkaar bewegende platen.
  • Subductie veroorzaakt oceanische troggen, zoals de Marianentrog. De zeebodem wordt in de subductiezone namelijk naar beneden getrokken.
  • Het opgesmolten korstmateriaal komt door scheuren in de bovendrijvende plaat naar boven en zorgt voor explosief vulkanisme. Bij botsing van twee oceanische platen ontstaat daarbij een vulkanische eilandenboog. Wanneer bij subductie een oceanische plaat onder een continent schuift, zullen op het continent explosieve vulkanen ontstaan.

Tekstverband: endogene krachten, plaattektoniek, aardschol, opbouw van de aarde, asthenosfeer, aardbeving, tektonische aardbeving, diepzeetrog.