-Wilt u deelnemen aan de gebruikers Enquête? Klik hier: Vragen-

Vrijemarkteconomie

Uit OmoPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Stel je voor, je ziet op de televisie een reclame voor superlekkere jam die met heel veel zorg is gemaakt in een exclusieve fabriek. De jam moet maar liefst per potje 20 euro opbrengen. Denk je dat de consumenten die jam gaan kopen? Waarschijnlijk niet. Mensen zijn niet bereid voor dat product zoveel geld uit te geven. Mensen kijken naar de prijs-kwaliteit verhouding. Je mag verwachten dat goedkope jam wat minder smaakt, maar je neemt met een zekere kwaliteit genoegen. Het bedrijf dat die dure jam levert, zal zeker zijn deuren moeten sluiten. In onze vrije markt prijst die producent zich uit de markt. In een vrije markt bepaalt de markt waar behoefte aan is en hoeveel euro mensen daar voor willen neertellen. Het omgekeerde bij heel goedkope producten kan natuurlijk ook. Heel slechte jam zullen mensen ook niet kopen, al prijs je die aan voor bijvoorbeeld een dubbeltje per pot. Het is de concurrentie die ervoor zorgt dat wij veel producten kunnen kopen tegen schappelijke prijzen.

Definitie

Markt waarin producenten zelf bepalen wat er wordt geproduceerd en de prijs wordt bepaald door vraag en aanbod.

Voorbeelden

  • In een vrije markt heb je particuliere bedrijven die dingen maken voor de markt.
  • Bedrijven maken (als ze het goed doen) alleen die dingen waar behoefte aan is.
  • De prijs wordt bepaald door vraag en aanbod. Als ergens heel veel vraag naar is, gaat vanzelf de prijs omhoog, als het aanbod heel hoog is, gaat de prijs naar beneden.

Toelichting

  • Een volledig vrije markt komt eigenlijk niet voor. Er zijn altijd wel situaties denkbaar dat een overheid wil ingrijpen. Bijvoorbeeld mogen er geen drugs worden verhandeld of aan minderjarigen alcohol worden verkocht.
  • Een maximumprijs hoeft de overheid niet in te stellen. Als je iets te duur verkoopt, prijs je je toch wel uit de markt. Een overheid kan wel een minimumprijs instellen om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat kleine bakkers kunnen blijven bestaan naast supermarkten. Die kunnen dat brood tenslotte goedkoper leveren.
  • Nog een goed voorbeeld. Stel dat er veel te veel melk wordt geproduceerd door de boeren, dan zou in een vrije markt de prijs zo kunnen zakken dat boeren verlies zullen lijden. De overheid koopt dan dat overschot voor een vaste prijs in, slaat het op in vriescellen en probeert het, als er te weinig zuivelproducten komen, weer op de markt te brengen. Daardoor blijven de prijzen stabiel en zijn boeren verzekerd van inkomen.